voorhouden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·hou·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
voorhouden
hield voor
voorgehouden
klasse 7 volledig

Werkwoord

voorhouden

  1. iemand vertellen hoe jij denkt dat de wereld in elkaar zit
    • Vrouwen hebben mannen eeuwen lang voorgehouden dat mannen geen kinderen kunnen opvoeden. 
  2. iemand ergens mee confronteren
    • Ik hield hem een spiegel voor, zodat hij eindelijk begreep wat zijn lompe praat teweeg bracht. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be