inhouden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·hou·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inhouden
hield in
ingehouden
klasse 7 volledig

Werkwoord

inhouden

  1. overgankelijk een deel van het loon niet uitbetalen om het voor een ander doel te bestemmen
    • Er worden zowel belasting als sociale premies ingehouden . 
  2. overgankelijk niet uitademen
    • Hij hield zijn adem in om de schuwe vogel niet weg te jagen. 
  3. wederkerend (figuurlijk) zijn mening of emoties niet uiten
     De laatste weken kon de vorige president zich niet meer inhouden, en bekritiseerde hij Trumps aanpak van de coronacrisis (‘chaos’) en diens dreigende taal over het neerslaan van de protesten tegen racisme, zo nodig door het leger.[1]
  4. absoluut een niet onmiddellijk duidelijke betekenis hebben
    • De voorgenomen regels in verband met Homeland Security in New York zouden inhouden dat er voor alle meetapparatuur die men in de stad gebruiken wil eerst bij de politie een vergunning gehaald moet worden. 
     In het normale leven denk ik zelden aan de dood, maar hier stond ik elke dag voor beslissingen die weleens fataal af konden lopen, zoals het wel of niet oversteken van een woeste rivier of een hoge pas overgaan tijdens noodweer. Al deze ervaringen maakten dat ik ging nadenken over wat de dood precies inhield.[2]

Zelfstandig naamwoord

inhouden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord inhoud

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Theo Koelé “De maat is vol, Obama keert zich tegen zijn opvolger Trump” (4 juni 2020), de Volkskrant
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be