nahouden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·hou·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
nahouden
hield na
nagehouden
klasse 7 volledig

Werkwoord

nahouden

  1. overgankelijk erop ~: hebben en in stand houden
    • Hij houdt er vrijblijvende buitenechtelijke relaties op na. 
    • Onze partij houdt er geen racistische ideeën op na. 
    • Zelf zou ik er nooit dergelijke nevenfuncties op nahouden. 

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.