spatbord

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Spatbord aan het voorwiel van een fiets

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spat·bord
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spatbord spatborden
verkleinwoord spatbordje spatbordjes

Zelfstandig naamwoord

spatbord o

  1. een bord dat achter een draaiend wiel bevestigd wordt om van het wiel afgeslingerd en opspattend water en modder op te vangen
    • Het rijden op een booster zonder spatborden kan bij nat weer tot een grote modderboel leiden. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be