naambord

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • naam·bord
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord naambord naamborden
verkleinwoord naambordje naambordjes

Zelfstandig naamwoord

naambord o

  1. een bordje naast de voordeur met de namen van de bewoners
    Het naambordje bevatte niet alleen de voornamen van de ouders en de kinderen, maar ook de namen van de huisdieren.
  2. andere situaties waarbij namen op een plaatje staan
    Naast de deur van het kantoor hangt een naambordje met de namen van de personen die in het kantoor werken.
Synoniemen
  1. naamplaat