tabak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Nicotiana tabacum
Uitspraak
Woordafbreking
  • ta·bak
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘gedroogde planten die gerookt worden’ voor het eerst aangetroffen in 1577 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord tabak tabakken
verkleinwoord tabakje tabakjes

Zelfstandig naamwoord

tabak m

  1. genotsmiddel afkomstig van de bladeren van de tabaksplant, Nicotiana tabacum op Wikispecies, dat wordt gerookt, gekauwd en gesnoven
    • in de meeste landen is tabak verantwoordelijk voor 30% van alle kwaadaardige tumoren [3] 
Uitdrukkingen en gezegden
  • ergens tabak van krijgen
ergens genoeg van hebben en niet willen dat het doorgaat
  • Het wordt echter steeds moeilijker de spade te hanteren in de schuttersput. Plotseling krijg ik er tabak van. Met enige houterige acrobatiek - je bent zo jong als je je voelt - slaag ik erin te ontsnappen. [4]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /tɐˈbɑk/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

tabak o

  1. tabak
Verbuiging



Tagalog

Zelfstandig naamwoord

tabak

  1. zwaard
  2. snijwond


Turks

Uitspraak
Woordafbreking
  • ta·bak
enkelvoud meervoud
nominatief   tabak     tabaklar  
genitief   tabağın     tabakların  
datief   tabağa     tabaklara  
accusatief   tabağı     tabakları  
locatief   tabakta     tabaklarda  
ablatief   tabaktan     tabaklardan  

Zelfstandig naamwoord

tabak

  1. bord, schotel, schaal (eetgerei) (eşya)

Meer informatie