meubel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • meu·bel
enkelvoud meervoud
naamwoord meubel meubelen, meubels
verkleinwoord meubeltje meubeltjes

Zelfstandig naamwoord

meubel o

  1. een voorwerp dat behoort tot de inrichting van een kamer, zoals een bank, stoel, tafel, kast, bed et cetera
    Er stonden zo veel meubels in de winkel dat hij niet wist welke hij moest uitzoeken.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie