communicatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

communicatie
Uitspraak
Woordafbreking
  • com·mu·ni·ca·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord communicatie communicaties
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

communicatie v

  1. het uitwisselen van informatie waarbij zender, ontvanger, inhoud en communicatiemedium betrokken zijn
    • Dat team staat bekend om hun goede communicatie. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen