board

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • board

Werkwoord

vervoeging van
boarden

board

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van boarden
    Ik board.
  2. gebiedende wijs van boarden
    Board!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van boarden
    Board je?


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
board board

Zelfstandig naamwoord

board

  1. plank
  2. boord van een schip
  3. raad, college