uithangbord

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

uithangbord
Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·hang·bord
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uithangbord uithangborden
verkleinwoord uithangbordje uithangbordjes

Zelfstandig naamwoord

uithangbord o [1]

  1. reclamebord haaks op de gevel van een winkel, kroeg en dergelijke bevestigd
    • Tegen het antieke uithangbord van wat eens de 18de-eeuwse, inmiddels allang verdwenen chocolaterie ‘Au nègre joyeux’ was, heeft iemand een pot paarse verf gegooid, vast en zeker vanwege de stereotiepe voorstelling van een lachende zwarte bediende. [2] 
  2. iets of iemand die de aandacht op iets vestigt
    • De collecties van het huis Givenchy worden tegenwoordig ontworpen door de Italiaan Riccardo Tisci. Zijn stijl refereert in niets aan de ingehouden stijl van De Givenchy zelf: het is rijke, vaak overdadig gedecoreerde, brutale, sexy mode waarvoor Kim Kardashian een van de uithangborden is. [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Bas Heijne 10 november 2016
  3. NRC Milou van Rossum 25 november 2016