klembord

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

klembord
Uitspraak
Woordafbreking
  • klem·bord
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord klembord klemborden
verkleinwoord klembordje klembordjes

Zelfstandig naamwoord

klembord o

  1. een plankje met klem waarop je papier kunt vasthouden en beschrijven
    • De arts maakte op een klembord een notitie over de patiënt. 
    • „Als je iets anders wil, kom dan uit je luie stoel en organiseer je. Als je teleurgesteld bent in gekozen vertegenwoordigers, pak dan een klembord, haal handtekeningen op, doe zelf mee.” [1] 
    • Mensen die iets zwaars in hun handen hebben, kennen ook figuurlijk meer gewicht toe aan waar ze op dat moment over nadenken. Ze schatten de waarde van buitenlandse valuta hoger in, ze denken dieper na over vragen die ze krijgen en ze zeggen inspraak in een besluitvormingsprocedure belangrijker te vinden als ze een vragenlijst staan in te vullen op een met papier gevuld klembord van ruim een kilo dan als het klembord ruim 650 gram weegt. Dat heeft een groep Nederlandse en Portugese psychologen aangetoond (Psychological Science, september). [2] 
  2. (informatica) een tijdelijk geheugen in een computer gebruikt voor knippen en plakken
    • Anonymizer geeft, om de noodzaak van zijn eigen product te benadrukken, een overzicht van wat zijn server te weten kan komen van de computer van de bezoeker. Bijvoorbeeld: welke browser en welk besturingssysteem je gebruikt, welke bestandstypen de browser zichtbaar kan maken, of onderdelen als Java en Javascript zijn ingeschakeld, wat de laatst bezochte pagina is en wat voor informatie er op het klembordvan Windows staat. Ook kan Anonymizer (en dus elke andere server op internet) zien via welke route de bezoeker op de site komt, zodat de plaats van herkomst bij benadering is vast te stellen. [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC 13 januari 2017
  2. NRC Ellen de Bruin 5 september 2009
  3. NRC Herbert Blankesteijn 20 oktober 2001
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be