transport

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trans·port
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord transport transporten
verkleinwoord transportje transportjes

Zelfstandig naamwoord

transport o

  1. het vervoer van voorwerpen/mensen/brandstoffen of data van een ene naar een andere plaats
  2. (boekhouden) het overbrengen van een bedrag naar een volgende bladzijde
  3. (juridisch) overdracht van eigendom of ander recht
  4. vracht
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl