putboor

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • put·boor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord putboor putboren
verkleinwoord putboortje putboortjes

Zelfstandig naamwoord

putboor v / m

  1. (gereedschap) grondboor om diepe putten te boren

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.