boren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Boren.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘een gat maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
boren
boorde
geboord
zwak -d volledig

Werkwoord

boren

  1. overgankelijk met een werktuig dat om zijn as draait een rond gat in iets maken
    • - Hij boorde een gat in de muur om er een schilderijtje te kunnen ophangen. 
    • - Shell boort naar olie en gas. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

boren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord boor

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen