bo

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Boво

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo

Niet in de woordenlijst van de Taalunie

Woordherkomst en -opbouw
  • Verkorting van boterham
enkelvoud meervoud
naamwoord bo bo's
verkleinwoord bootje
boke
bootjes
bokes

Zelfstandig naamwoord

bo m

  1. (tweeletterwoord) (kindertaal), (afkorting), (verkorting) de afkorting voor boterham
    Mam, mag ik nog een bo?
  2. (sport) een Japanse vechtstok
Synoniemen
Vertalingen
Verwante begrippen
Tweeletterwoorden in het Nederlands

afahaiatbo


Afrikaans

Voorzetsel

bo

  1. boven
    «'n Berg is 'n groot landvorm wat bo die beperkte omliggende gebied strek.»
    Een berg is een grote landvorm die boven het onmiddellijk eromheen liggende gebied uitsteekt.


Engels

enkelvoud meervoud
bo bos

Zelfstandig naamwoord

bo

  1. (tweeletterwoord), (sport) bo Japanse vechtstok
Verwante begrippen
Tweeletterwoorden in het Engels

aaabadaeagahaialamanarasatawaxaybabebibobydadedidoedefehelemeneresetexfafigigohahehihmhoidifinisitjokakilalilomamemimmmomumynanenonuodoeofohoiomonoporosowoxoypapepiqireshsisotatitouhumunupusutwewoxixuyayeyoza


Iers

Zelfstandig naamwoord

bo

  1. (dierkunde) koe


Papiamento

Persoonlijk voornaamwoord

bo

  1. jij


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bo
bodde
bott
volledig

Werkwoord

bo

  1. (tweeletterwoord) wonen
    «Var bor du?»
    Waar woon je?
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Tweeletterwoorden in het Zweeds

bobyen