Naar inhoud springen

moer

Uit WikiWoordenboek
Een zeskantmoer
  • moer
[A] enkelvoud meervoud
naamwoord moer moeren
verkleinwoord moertje moertjes

[A] de moerv / m

  1. (werktuigbouwkunde) blokje met een gat dat van schroefdraad is voorzien zodat het op een schroefbout past
    • Wat is het verschil tussen een moer en een bout? 

[A] de moerv

  1. (biologie) vrouwelijk wezen, zoals de moederstam van een gist of plant of een vrouwelijk konijn, haas of fret
  2. (imkerij), (dierkunde) koningin van een bijenvolk
  3. versterkend voorvoegsel om het meest oorspronkelijke of voornaamste exemplaar aan te geven
[A] v als eerste deel samenstelling
[A] v: als tweede deel samenstelling
  • Geen moer
  1. (informeel) helemaal niets (verkorting van "geen mallemoer")
[B] enkelvoud meervoud
naamwoord moer -
verkleinwoord - -

[B] de moerv

  1. (verouderd) vaste stof die uit een vloeistof is bezonken
[B] als eerste deel samenstelling
[B] als tweede deel samenstelling
[C] enkelvoud meervoud
naamwoord moer moeren
verkleinwoord

[C] het moero

  1. (verouderd) drassig land, vooral gebruikt voor natte veengebieden
[C] als tweede deel samenstelling

[D] de moerv

  1. (informeel) moeder
  2. (anatomie) baarmoeder
  3. (dierkunde) wijfje dat zich heeft voortgeplant, moederdier
  4. (plantkunde) aflegger [2], moederstam

[1] "moeder"

  • Je moers taal
De taal waarmee je vanaf je jongste jaren bent opgegroeid, eerste taal, moedertaal
  • Loop naar je moer!
Bekijk het, ga heen, hoepel op
  • Niet bang zijn voor de duivel of zijn ouwe moer
Voor niets of niemand bang zijn
99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[8]


  • IPA: /muːr/ (Etsbergs)

moer v (1) m (2)

  1. muur
  2. (groente) wortel


moer

  1. moeder