bezinksel
Uiterlijk
- be·zink·sel
- Naamwoord van handeling van bezinken met het achtervoegsel -sel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bezinksel | bezinksels |
| verkleinwoord | bezinkseltje | bezinkseltjes |
het bezinksel o
- (scheikunde) vast materiaal dat zich geleidelijk onder invloed van de zwaartekracht op de bodem van een vat vloeistof verzamelt
- We zouden met röntgendiffractie kunnen bepalen wat dat bezinksel precies is; tenminste als het kristallijn genoeg is.
- Het woord bezinksel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "bezinksel" herkend door:
| 96 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -sel in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Scheikunde in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 96 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %