konijn

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·nijn
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘haasachtige’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [2]
  • Ontleend aan het Oudfranse conin (van het Latijnse cuniculus, een Iberisch leenwoord), dat in het moderne Frans vervangen is door lapin.
enkelvoud meervoud
naamwoord konijn konijnen
verkleinwoord konijntje konijntjes

Zelfstandig naamwoord

konijn o

  1. (zoogdieren) Oryctolagus cuniculus op Wikispecies, zoogdier dat ook gedomesticeerd kan worden gehouden
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Spreekwoorden
  • met de konijnen door de tralies kunnen eten
mager zijn
  • bij de konijnen af
meer dan erg
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. 1,0 1,1 Dit is niet de correcte uitspraak volgens het Uitspraakwoordenboek van Josée Heemskerk en Wim Zonneveld (Het Spectrum, 2000, ISBN 902744482X). Het Uitspraakwoordenboek geeft [koˈnɛi̯n] op als de juiste uitspraak. Verder maakt het voor dit woord geen vermelding van een afwijkende uitspraakvariant voor de standaardtaalsprekers in België.
  2. Chronologisch Woordenboek, Nicoline van der Sijs