haas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Lepus europaeus
Uitspraak
Woordafbreking
  • haas
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘haasachtige’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord haas hazen
verkleinwoord haasje haasjes

Zelfstandig naamwoord

haas m

  1. (zoogdieren) benaming voor dier uit het geslacht Lepus op Wikispecies, een tot de haasachtigen behorend zoogdier, met lange achterpoten, een gespleten lip en lange oren
    1. (Nederland, België) Lepus europaeus op Wikispecies
    • Er zat een haas in het veld. 
  2. (zoötomie), (voeding) een malse magere spier onder de lenden van slachtdieren
    • Biefstuk van de haas. 
  3. (figuurlijk) gangmaker, tempomaker
Synoniemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen