droesem

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • droe·sem
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bezinksel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord droesem droesems
verkleinwoord droesempje droesempjes

Zelfstandig naamwoord

droesem m

  1. (oenologie) drab die in wijn achterblijft na de fermentatie
    • De wijn rijpt op de fijne droesem (5 tot 10 maanden) en wordt gebotteld eind mei. 
Vertalingen

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen