lezen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Lezen.

Nederlands

Uitspraak
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
lezen
'lezə(n)
las
lɑs
gelezen
ɣə'lezə(n)
klasse 5 volledig
Woordafbreking
  • le·zen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘verzamelen (bv. van aren)’ voor het eerst aangetroffen in 1100 [1]
  • In de betekenis van ‘opnemen van schrift’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1250 [2]

Werkwoord

lezen

  1. zien en interpreteren van tekst
  2. selecteren van (on)gewenste exemplaren uit een verzameling, schiften
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Iemand de les lezen
duidelijk zeggen dat iemand iets verkeerds gedaan heeft
  • Iemand de levieten lezen
  • Iemand de metten lezen
  • Iemand zijn planeet lezen
  • Kunnen lezen en schrijven
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Nedersaksisch

Werkwoord

lezen

  1. lezen
Schrijfwijzen