leeswoede

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lees·woe·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord leeswoede leeswoedes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

leeswoede v/m [2]

  1. een enorme drang of dwang om veel te lezen
    • Enquists pogingen Bach te doorgronden zijn oprecht: „De wens om dichter bij Bach te komen had tot een leeswoede geleid. Het resultaat was in zekere zin gespleten. Het feit dat Bach op school de redevoeringen van Cicero in het Latijn had gelezen gaf een onverwacht gevoel van verwantschap, want dat had de vrouw ook gedaan, in de vierde klas. [3] 
    • Sweet Tooth zal voor zo’n prijs niet worden genomineerd. Je zou zelfs kunnen zeggen dat de roman behoorlijk saai begint. Serena vertelt uitgebreid over haar verleden, haar beschermde jeugd als dochter van een Anglicaanse bisschop, haar talent voor wiskunde, haar studie in Cambridge, haar affaire met een oudere man, haar leeswoede (het werk van Solzjenitsyn is een eye opener voor haar, en ze houdt absoluut niet van experimentele romans waarin de schrijver speelt met het feit dat hij een verhaal vertelt) – kortom, wanneer eindelijk de naam van love interest Tom Haley valt, zijn we al op pagina 93. [4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.


Verwijzingen