inlezen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·le·zen
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van lezen met het voorvoegsel in-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inlezen
las in
ingelezen
klasse 5 volledig

Werkwoord

inlezen

  1. (overgankelijk) door een leesproces informatie inbrengen
    In de jaren 70 moest je nog ponsbanden en -kaarten inlezen.
  2. (wederkerend) door veel over een onderwerp te lezen zich bekendmaken met een kennisterrein
    Hij had zich onvoldoende daarover ingelezen en zakte als een baksteen voor zijn examen.