leesbril

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lees·bril
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord leesbril leesbrillen
verkleinwoord leesbrilletje leesbrilletjes

Zelfstandig naamwoord

leesbril m

  1. (optica) een bril die op leesafstand een scherp beeld geeft
    • Een leesbril met hele of halve glazen. 
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie