leesvoer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lees·voer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord leesvoer
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

leesvoer o

  1. (letterkunde) boeken en ander leesmateriaal dat dient om de wens om te lezen te bevredigen
    • Op zoek naar een boek om je boekenkast verder uit te breiden? De bibliotheek houdt vandaag een boekenmarkt met leesvoer voor jeugd en volwassenen, allemaal voor zachte prijsjes. Ook is er bladmuziek te koop. De boekenmarkt is te vinden aan de Pijpenstraat 15 van 9.30 tot 16.00 uur.[1] 
    • Als het voorstel was aangenomen door alle Europese ministers van Financiën, zou er een akkoord liggen dat het voor EU-lidstaten mogelijk maakt om minder btw te heffen op digitaal leesvoer. Nu wordt er in EU-landen op elektronische publicaties nog minstens 15 procent btw geheven.[2]  
Hyponiemen
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Tubantia 01-04-2017
  2. Volkskrant Joris van Venrooij 16 juni 2017