Naar inhoud springen

leesbaar

Uit WikiWoordenboek
  • lees·baar
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen leesbaar leesbaarder leesbaarst
verbogen leesbare leesbaardere leesbaarste
partitief leesbaars leesbaarders -

leesbaar

  1. (media) van iets dat het makkelijk te lezen of te begrijpen is
    • Deze journalist kan heel ingewikkelde zaken zo opschrijven dat het voor iedereen leesbaar is. 
     Er is geen bestemming zonder duidelijkheid over de herkomst en geen toekomst zonder een leesbare versie van het verleden.[1]
  2. dat een handschrift makkelijk te lezen is
    • Deze dokter schreef zo leesbaar dat er geen fouten gemaakt konden worden in de apotheek. 
100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]
  1. “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 19
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be