lest

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lest
Woordherkomst en -opbouw

[1]

stellend
onverbogen lest
verbogen leste

Bijvoeglijk naamwoord

lest

  1. (verouderd) laatst
    Wie kwam het lest binnen?
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • lest best
de laatste die ook gelijk de beste is
  • ten langen leste
na zeer lange tijd, uiteindelijk dan toch
  • lest lacht, best lacht
wie het laatst lacht, lacht het best
  • lest heugt best
het laatste herinnert men zich het beste
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Werkwoord

vervoeging van
lessen

lest

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lessen
    Jij lest.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lessen
    Hij lest.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van lessen
    Lest!


IJslands

Zelfstandig naamwoord

lest v

  1. trein


Noors

Woordafbreking
  • lest

Werkwoord

lest

  1. voltooid deelwoord van lese (betekenis [A])

Werkwoord

lest
  1. verouderde spelling of vorm van less van vóór 2005
(verouderd) onbepaalde wijs (betekenis [B])