lest

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lest
Woordherkomst en -opbouw

[1]

stellend
onverbogen lest
verbogen leste

Bijvoeglijk naamwoord

lest

  1. (verouderd) laatst
    Wie kwam het lest binnen?
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • lest best
de laatste die ook gelijk de beste is
  • ten langen leste
na zeer lange tijd, uiteindelijk dan toch
  • lest lacht, best lacht
wie het laatst lacht, lacht het best
  • lest heugt best
het laatste herinnert men zich het beste
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Werkwoord

vervoeging van
lessen

lest

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lessen
    Jij lest.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lessen
    Hij lest.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van lessen
    Lest!


IJslands

[6]: Lest
Een train
Uitspraak
issterk-f2 enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   lest     lestin     lestir     lestirnar  
genitief   lestar     lestarinnar     lesta     lestanna  
datief   lest     lestinni     lestum     lestunum  
accusatief   lest     lestina     lestir     lestirnar  

Zelfstandig naamwoord

lest, v

  1. karavaan
  2. last
  3. reeks, serie
  4. (eenheid), (meetkunde) ton (1 ton = 1.000 kg)
  5. (scheepvaart) laadruim
  6. (techniek), (verkeer) trein
Synoniemen
Typische woordcombinaties
  • taka lestina
met de trein gaan

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.

Zelfstandig naamwoord

lest

  1. datief onbepaald vrouwelijk enkelvoud van lest

lest

  1. accusatief onbepaald vrouwelijk enkelvoud van lest


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • lest

Werkwoord

lest

  1. voltooid deelwoord van lese (betekenis [A])

Werkwoord

lest
  1. verouderde spelling of vorm van less van vóór 2005
(verouderd) onbepaalde wijs (betekenis [B])


Tsjechisch

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

lest v

  1. list
Verwante begrippen