leeslust

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lees·lust
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord leeslust leeslusten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

leeslust m

  1. zin om te lezen, leesplezier
Anagrammen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.