leestempo

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lees·tem·po
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord leestempo leestempo's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

leestempo o [1]

  1. de snelheid waarmee men (voor)leest of kan lezen
    • De jury prees de originele manier waarop Naomi haar verhaal inleidde, haar goede leestempo, heldere stem en de wijze waarop ze het verhaal aan de luisteraars overbracht. Behalve Naomi gaat ook Lisa Niens uit Vilsteren door naar de provinciale finale.[2] 
    • Doordat Murakami heel behulpzaam de begin- en eindtijd van de besproken muziekstukken geeft - 'de piano zet het tweede thema in (7:35)'- en die allemaal online voorhanden blijken, is het mogelijk de gedachtenwisseling op de voet te volgen, wat een onbetaalbaar extra oplevert, maar wel in een drastisch gereduceerd leestempo resulteert (uitgeverij Penguin is zo vriendelijk geweest links naar alle relevante Spotify-fragmenten op een rij te zetten).[3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tubantia 23-MAART-2011
  3. Volkskrant Eric van den Berg 4 februari 2017