interpreteren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ter·pre·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
interpreteren
interpreteerde
geïnterpreteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

interpreteren [3]

  1. overgankelijk uitleggen, opvatten, begrijpen
    • In het orakel interpreteerden de priesters de kreten en klanken van de gedrogeerde vrouw. 
    • De partij interpreteerde de positieve stembusuitslag als rechtvaardiging van haar conservatieve beleid. 
     Lauritz dacht na terwijl hij de cryptische omschrijvingen probeerde te interpreteren.[4]
  2. vertolken
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Wiktionnaire
  2. interpreteren op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044628142
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be