leestafel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lees·ta·fel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord leestafel leestafels
verkleinwoord leestafeltje leestafeltjes

Zelfstandig naamwoord

leestafel v/m

  1. (meubel) tafel om aan te lezen
    • In de bibliotheek staat een grote leestafel waaraan de bezoekers de krant kunnen lezen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie