pot
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pot
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | pot | potten |
| verkleinwoord | potje | potjes |
Zelfstandig naamwoord
pot
- m een (doorgaans glazen) cilindervormig voorwerp.
- Kun je mij de pot met jam aangeven?
- v een vrouw die op vrouwen valt.
- De buurvrouw was een pot, maar daar merk je verder niets van.
Synoniemen
- [2] lesbienne
Vertalingen
1. een (doorgaans glazen) cilindervormig voorwerp