doos
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- doos
Woordherkomst en -opbouw
- Van Middelnederlands "dose", vanaf midden 14e eeuw bekend. Waarschijnlijk van Latijn dosis, naar het spanen doosje waarin een medicijn verstrekt werd.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | doos | dozen |
| verkleinwoord | doosje | doosjes |
Zelfstandig naamwoord
- een veelal kartonnen balkvormig opslagmiddel
- (informeel), (dysfemisme) een vagina
- (informeel), (pejoratief) (scheldwoord) een vrouw
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een veelal kartonnen balkvormig opslagmiddel
|