informeel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·for·meel
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | informeel | informeler | informeelst |
| verbogen | informele | informelere | informeelste |
Bijvoeglijk naamwoord
informeel
- niet-officieel.
- Dat is een informeel woord.
- voorlopig, vrijblijvend.
- Je maakt nu wel een informele afspraak.