schaal v/m
- voorwerp waar men iets kan inleggen
- buitenkant van een ei of vrucht
- verhouding van de grootte tussen een model en een echt voorwerp
- bepaalde ijking op een grafiek , as of eenheid
1. voorwerp waar men iets kan inleggen
2. buitenkant van een ei of vrucht
3. verhouding van de grootte tussen een model en een echt voorwerp
4. bepaalde ijking op een grafiek , as of eenheid
schaal
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schalen
- Ik schaal.
- gebiedende wijs van schalen
- Schaal!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schalen
- Schaal je?