prijs
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- prijs
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | prijs | prijzen |
| verkleinwoord | prijsje | prijsjes |
Zelfstandig naamwoord
prijs m
- de gevraagde geldsom bij verkoop
- De prijzen zijn deze winter sterk gestegen.
- een uitzonderlijke beloning, bijvoorbeeld voor een bepaalde prestatie
- Hij won de tweede prijs in de loterij.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Het was weer prijs.
- Het was weer zover.
Vertalingen
1. de gevraagde geldsom bij verkoop
2. een uitzonderlijke beloning, bijvoorbeeld voor een bepaalde prestatie
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| prijzen |
prijs