prijs

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • prijs
enkelvoud meervoud
naamwoord prijs prijzen
verkleinwoord prijsje prijsjes

Zelfstandig naamwoord

prijs m

  1. de gevraagde geldsom bij verkoop
    De prijzen zijn deze winter sterk gestegen.
  2. een uitzonderlijke beloning, bijvoorbeeld voor een bepaalde prestatie
    Hij won de tweede prijs in de loterij.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Het was weer prijs.

  • Het was weer zover.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
prijzen

prijs

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van prijzen
    Ik prijs.
  2. gebiedende wijs van prijzen
    Prijs!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van prijzen
    Prijs je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen