prijs
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- prijs
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | prijs | prijzen |
| verkleinwoord | prijsje | prijsjes |
Zelfstandig naamwoord
prijs m
- de gevraagde geldsom bij verkoop
- De prijzen zijn deze winter sterk gestegen.
- een uitzonderlijke beloning, bijvoorbeeld voor een bepaalde prestatie
- Hij won de tweede prijs in de loterij.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Het was weer prijs.
- Het was weer zover.
Vertalingen
1. de gevraagde geldsom bij verkoop
2. een uitzonderlijke beloning, bijvoorbeeld voor een bepaalde prestatie
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| prijzen |
prijs
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van prijzen
- Ik prijs.
- gebiedende wijs van prijzen
- Prijs!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van prijzen
- Prijs je?
Papiamento
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Nederlandse prijs.
| enkelvoud of impliciet meervoud |
expliciet meervoud |
|---|---|
| prijs | prijsnan |
Zelfstandig naamwoord
prijs
Schrijfwijzen
- Schrijfwijze op Bonaire en Curaçao: preis.