prijs

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • prijs
enkelvoud meervoud
naamwoord prijs prijzen
verkleinwoord prijsje prijsjes

Zelfstandig naamwoord

prijs m

  1. het bedrag (meestal in geld) dat betaald wordt voor een goed of een dienst [1]
    De prijzen zijn deze winter sterk gestegen.
  2. een uitzonderlijke beloning, bijvoorbeeld voor een bepaalde prestatie [2]
    Hij won de tweede prijs in de loterij.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Het was weer prijs.

  • Het was weer zover.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
prijzen

prijs

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van prijzen
    Ik prijs.
  2. gebiedende wijs van prijzen
    Prijs!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van prijzen
    Prijs je?

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl


Papiamento

Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Nederlandse prijs.
enkelvoud of
impliciet meervoud
expliciet meervoud
  prijs     prijsnan  

Zelfstandig naamwoord

prijs

  1. prijs
Schrijfwijzen
  • Schrijfwijze op Bonaire en Curaçao: preis.