drinken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- drin·ken
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Middelnederlandse drinken, verwant met het Oudnederfrankische en Oudsaksische drinkan, Oudhoogduitse trinkan, Oudfriese drinka, Oudengelse drincan, Oudnoorse drekka, Gotische drigkan.
| naamwoord van handeling | |
|---|---|
| zelfstandig | bijvoeglijk |
| drinken | drinkend |
| drank | dronken |
| dronk | gedronken |
| gedrink | drinkbaar |
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| drinken /'drɪŋkə(n)/ |
dronk /drɔŋk/ |
gedronken /ɣə'drɔŋkə(n)/ |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
drinken
- (overgankelijk) vloeistof nuttigen
- Op warme dagen moet je veel drinken omdat je veel vocht verliest door te zweten.
- gewoon zijn alcohol te gebruiken
- Hij dronk zo veel dat hij er ziek van werd.
Afgeleide begrippen
afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1.
Middelnederlands
Werkwoord
drinken