bot

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bot
1,2 enkelvoud meervoud
naamwoord bot botten
verkleinwoord botje botjes
3 enkelvoud meervoud
naamwoord bot bots
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bot m

  1. platvis
  2. laars (Vlaams).
  3. (verkorting), (afkorting), (wikitaal) de afkorting voor robot, met name voor computerrobots.
1 enkelvoud meervoud
naamwoord bot botten
verkleinwoord botje botjes

Zelfstandig naamwoord

bot o

  1. been, knook, een onderdeel van het skelet.
Synoniemen

onderdeel van het skelet

platvis

laars

Verwante begrippen

platvis

Vertalingen

onderdeel van het skelet

platvis

laars

robot

Bijvoeglijk naamwoord

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bot botter botst
verbogen botte bottere botste
  1. niet scherp, stomp, wat snijdens scherp had moeten zijn. een botte bijl
  2. onbeleefd & direct, zich bot gedragen
Synoniemen

onbeleefd

Antoniemen

niet scherp

onbeleefd

Vertalingen

niet scherp

onbeleefd

Werkwoord

  1. derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd van uitbotten
  2. uitlopen van een plant.
  3. enkelvoud gebiedende wijs van uitbotten; uitlopen van een plant

Meer informatie


Angelsaksisch

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

bōt v

  1. remedie


Koerdisch

Zelfstandig naamwoord

bot

  1. laars
Teruggeplaatst van "http://nl.wiktionary.org/wiki/bot"
Persoonlijke instellingen