bot
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bot
| 1,2 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | bot | botten |
| verkleinwoord | botje | botjes |
| 3 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | bot | bots |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
bot m
- platvis
- laars (Vlaams).
- (verkorting), (afkorting), (wikitaal) de afkorting voor robot, met name voor computerrobots.
| 1 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | bot | botten |
| verkleinwoord | botje | botjes |
Zelfstandig naamwoord
bot o
- been, knook, een onderdeel van het skelet.
Synoniemen
onderdeel van het skelet
platvis
laars
Verwante begrippen
platvis
Vertalingen
onderdeel van het skelet
platvis
laars
- Zie bij: laars
robot
Bijvoeglijk naamwoord
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | bot | botter | botst |
| verbogen | botte | bottere | botste |
- niet scherp, stomp, wat snijdens scherp had moeten zijn. een botte bijl
- onbeleefd & direct, zich bot gedragen
Synoniemen
onbeleefd
Antoniemen
niet scherp
onbeleefd
Vertalingen
niet scherp
onbeleefd
Werkwoord
- derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd van uitbotten
- uitlopen van een plant.
- enkelvoud gebiedende wijs van uitbotten; uitlopen van een plant
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Angelsaksisch
Uitspraak
- IPA: /bo:t/
Zelfstandig naamwoord
bōt v
Koerdisch
Zelfstandig naamwoord
bot