beker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ker
enkelvoud meervoud
naamwoord beker bekers
verkleinwoord bekertje bekertjes

Zelfstandig naamwoord

beker m

  1. een cilindervormig voorwerp waaruit je kunt drinken
    De jongen hield de beker met twee handen vast.
  2. trofee
    De winnaars toonden de beker aan het publiek.
Afgeleide begrippen
Anagrammen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bekeren

beker

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekeren
    Ik beker.
  2. gebiedende wijs van bekeren
    Beker!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekeren
    Beker je?
Verwante begrippen


Indonesisch

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

beker

  1. beker
Synoniemen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen