beker
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·ker
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | beker | bekers |
| verkleinwoord | bekertje | bekertjes |
Zelfstandig naamwoord
beker m
- een cilindervormig voorwerp waaruit je kunt drinken
- De jongen hield de beker met twee handen vast.
- trofee
- De winnaars toonden de beker aan het publiek.
Afgeleide begrippen
Anagrammen
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| bekeren |
beker
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekeren
- Ik beker.
- gebiedende wijs van bekeren
- Beker!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekeren
- Beker je?
Verwante begrippen
- [1] bekeer
Indonesisch
Woordherkomst en -opbouw
- Het is één van de Indonesische woorden van Nederlandse oorsprong.
Zelfstandig naamwoord
beker