kist

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kist
enkelvoud meervoud
naamwoord kist kisten
verkleinwoord kistje kistjes

Zelfstandig naamwoord

kist v/m

  1. vrij grote stevige rechthoekige doos voor opslag of vervoer van losse goederen
  2. als 1: datgene waarin iemand ter aarde besteld wordt
  3. vliegjargon vliegtuig
  4. grove schoen, legerlaars, "legerkist"
Vertalingen