emmer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: emmer (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈɛmər/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈɛmər/
Woordafbreking
- em·mer
| [1] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | emmer | emmers |
| verkleinwoord | emmertje | emmertjes |
Zelfstandig naamwoord
| [2] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | emmer | - |
| verkleinwoord | - | - |
emmer m
- busvormig taps toelopend vat (met hengsel), waarin men vloeistoffen of vaste stoffen kan verplaatsen
- Moe van het ramen lappen zette hij de emmer weg.
- Triticum dicoccum Schrank ex Schuebl. syn. Triticum turgidum subsp. dicoccon is een tetraploïde tarwesoort, met wilde en gecultiveerde varianten
Synoniemen
- [1] aker
- [2] emmertarwe, tweekoren
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. busvormig vat (met hengsel), waarin men vloeistoffen of vaste stoffen kan verplaatsen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.