spel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- spel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | spel | spelen, spellen |
| verkleinwoord | spelletje | spelletjes |
Zelfstandig naamwoord
spel o
- een bezigheid ter ontspanning volgens vaste regels met elementen als competitie, behendigheid, inzicht en kans
- Hij speelde een spel op zijn gloednieuwe spelcomputer.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een bezigheid ter ontspanning volgens vaste regels met elementen als competitie, behendigheid, inzicht en kans
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| spellen |
spel
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spellen
- Ik spel.
- gebiedende wijs van spellen
- Spel!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spellen
- Spel je?
Nynorsk
Woordafbreking
- spel
Werkwoord
spel
- gebiedende wijs van spela
Schrijfwijzen
Werkwoord
spel
- gebiedende wijs van spele
Schrijfwijzen
Zelfstandig naamwoord
spel, mv
- onbepaalde vorm nominatief meervoud van spel