toilet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toi·let
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Franse woord toilette, een verkleinvorm van toile (doek). Het begrip evolueerde van "zich kleden" tot "kleedkamer" tot "kleedkamer met voorzieningen zoals wc" tot de huidige betekenis.
enkelvoud meervoud
naamwoord toilet toiletten
verkleinwoord toiletje toiletjes

Zelfstandig naamwoord

toilet o

  1. een plaats waar men zich kan ontlasten
    Weet u waar de toiletten zich bevinden?
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Overerving en ontlening
Vertalingen

Meer informatie


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
toilet toilets

Zelfstandig naamwoord

toilet

  1. toilet


Indonesisch

Woordafbreking
  • toi·let
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

toilet

  1. wc, toilet
  2. kaptafel
Schrijfwijzen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen