toilet

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
  • IPA: /tʋɑ'lɛt/

Lettergrepen
toi·let

Woordherkomst en -opbouw
  1. komt van het Franse woord toilettes.
enkelvoud meervoud
naamwoord toilet toiletten
verkleinwoord toiletje toiletjes

Zelfstandig naamwoord

toilet o

  1. plaats waar men zich kan ontlasten.
    Weet u waar de toiletten zich bevinden?

Vertalingen

Meer informatie


Engels

Zelfstandig naamwoord

toilet

  1. toilet; plaats waar men zich kan ontlasten.
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen