toilet
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- toi·let
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Franse woord toilette, een verkleinvorm van toile (doek). Het begrip evolueerde van "zich kleden" tot "kleedkamer" tot "kleedkamer met voorzieningen zoals wc" tot de huidige betekenis.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | toilet | toiletten |
| verkleinwoord | toiletje | toiletjes |
Zelfstandig naamwoord
toilet o
- een plaats waar men zich kan ontlasten
- Weet u waar de toiletten zich bevinden?
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Overerving en ontlening
Vertalingen
1. een plaats waar men zich kan ontlasten
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Engels
Uitspraak
- Geluid: toilet (VS) (hulp, bestand)
- IPA: /ˈtɔɪ.lət/
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| toilet | toilets |
Zelfstandig naamwoord
toilet
Indonesisch
Woordafbreking
- toi·let
Woordherkomst en -opbouw
- van het Nederlands "toilet"
Zelfstandig naamwoord
toilet
Schrijfwijzen
Synoniemen
- jamban, kakus, kamar kecil, kloset, WC