fat

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord fat fatten
verkleinwoord fatje fatjes

Woordherkomst en -opbouw

Lettergrepen
  • fat

Zelfstandig naamwoord

fat

  1. (archaïsch) modegek, iemand die buitensporige aandacht aan zijn uiterlijk besteedt
    "Ik, of een ander, mevrouw", hernam de jonge fat, zich op de lippen bijtende; "maar ik heb mijne overtuiging".[1]

Vertalingen

Verwijzingen
  1. Mejonkvrouwe de Mauléon- Bosboom-Toussaint


Engels

Uitspraak

Bijvoeglijk naamwoord

fat

  1. dik
  2. vet


Frans

Bijvoeglijk naamwoord

fat

  1. (archaïsch) dom, onnozel
  2. opzichtig
Teruggeplaatst van "http://nl.wiktionary.org/wiki/fat"
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen