fles
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- fles
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | fles | flessen |
| verkleinwoord | flesje | flesjes |
Zelfstandig naamwoord
- een langgerekt, cilindrisch en meestal van glas vervaardigd vat met een nauwe hals die met een dop of kurk af te sluiten is
- Deze fles bevat bijna een liter wijn.
Hyponiemen
Vertalingen
1. een langgerekt, cilindrisch en meestal van glas vervaardigd vat met een nauwe hals die met een dop of kurk af te sluiten is
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| flessen |
fles
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flessen
- Ik fles.
- gebiedende wijs van flessen
- Fles!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flessen
- Fles je?
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | fles | flesse |
Zelfstandig naamwoord
fles