verkorting
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /vər.ˈkɔr.tɪŋ/
- (Vlaanderen, Brabant): /vər.ˈkɔr.tɪŋ/
- (Limburg): /vɛr.ˈkɔr.tɪŋ/
Woordafbreking
- ver·kor·ting
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | verkorting | verkortingen |
| verkleinwoord | verkortinkje | verkortinkjes |
Zelfstandig naamwoord
verkorting v
- (taalkunde) een afkorting van een woord of woordgroep die ontstaat door weglating van een of meer (delen van) lettergrepen en die als verkorting wordt uitgesproken
- Het woord "prof." is een verkorting van het volledige woord "professor".
- het verkorten
- Hij kreeg een verkorting van die broek.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.