geslachtsziekte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·slachts·ziek·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geslachtsziekte geslachtsziekten
geslachtsziektes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

geslachtsziekte v

  1. (medisch) (seksualiteit) een aandoening aan de geslachtsorganen, vaak een seksueel overdraagbare aandoening
    • Het aantal geslachtsziekten onder jongeren groeit. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie