iepenziekte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ie·pen·ziek·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord iepenziekte iepenziektes
iepenziekten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

iepenziekte v

  1. (plantkunde) schimmelziekte die het geslacht iep en zelkova aantast
    • Iepen die aangetast zijn door iepenziekte hebben dode takken. 

Meer informatie

Gangbaarheid