ziekteverloop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ziek·te·ver·loop
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ziekteverloop ziekteverlopen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ziekteverloop o

  1. manier waarop en tempo waarin een ziekte verloopt
    • Het ziekteverloop kan met drie tot zes maanden vertraagd worden met het medicijn riluzole, bekend onder de merknaam Rilutek.[1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen