meedrijven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mee·drij·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
meedrijven
dreef mee
meegedreven
klasse 1 volledig

Werkwoord

meedrijven

  1. (ergatief) drijvend meegevoerd worden
    Het bootje was losgeslagen van zijn anker en met de sterke stroming meegedreven.